jun 24, 2021

“Beter zicht op overlijden na coronavaccinatie is noodzakelijk”

jun 24, 2021

De overheid zet in op massale vaccinatie voor het virus SARS-CoV-2 met vaccins die zich nog in een onderzoeksfase bevinden tot in 2023, tijdelijk zijn toegelaten en voorwaardelijk zijn goedgekeurd door de European Medicines Agency (EMA). Als Artsen Collectief hebben wij grote zorgen over de zinnigheid en noodzaak van deze vaccinatie. Wij vinden het zeer belangrijk dat mensen een weloverwogen keuze kunnen maken. Daarvoor is objectieve informatie nodig, waarbij men er zeker van mag zijn dat er geen financiële belangenverstrengelingen zijn bij de informerende instanties. Daarbij is het zeer belangrijk dat (huis)artsen de mensen goed informeren over de voor/-nadelen (‘informed consent’).

Vaccinaties kunnen wel degelijk bijwerkingen hebben. Er zijn tot op heden (24 juni 2021) ruim 440.000 vermoede bijwerkingen bij het Bijwerkingencentrum Lareb gemeld aangaande de coronavaccins. Eén van de ernstige bijwerkingen is ‘overlijden na vaccinatie’. Er zijn nu 409 meldingen van overlijden na coronavaccinatie bij Lareb bekend. Deze notitie richt zich op het belang van goede registratie van overlijden na vaccinatie en van obductie bij overlijden na coronavaccinatie, want beter zicht op overlijden na vaccinatie is noodzakelijk om op termijn chronische ziekte of overlijden te voorkomen.

Doodsoorzaak
Overlijden is het gevolg van een keten aan oorzaken. Naarmate de leeftijd vordert is er bovendien vaak sprake van comorbiditeit, het voorkomen van meerdere aandoeningen bij een persoon.
Wanneer een patiënt overlijdt binnen zes weken na vaccinatie zou altijd overleg met een forensisch arts moeten plaatsvinden. Als de patiënt voldoende is geïnformeerd over voor- en nadelen (informed consent) en de inenting protocollair is uitgevoerd, kan een verklaring van natuurlijke dood door de forensisch arts worden afgegeven. Ook dient te worden afgesproken wie de melding doet bij het Lareb.

Het doodsoorzakenformulier wordt slecht ingevuld. Wellicht worden artsen hierin onvoldoende opgeleid. Vaak wordt de meest voor de hand liggende doodsoorzaak ingevuld, waarbij statistische waarschijnlijkheid een zelfversterkend effect heeft.
Bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft men zich gebonden aan de International Classification of Diseases (ICD 11). Daarin wordt vaccinatie expliciet genoemd onder categorie 24 ICD-11 – ICD-11 for Mortality and Morbidity Statistics (who.int).

 

Complicatie of calamiteit?
De wijze waarop informed consent is verkregen, is cruciaal voor de keuze of het hier gaat om een natuurlijke dood (ten gevolge van een natuurlijke ziekte of complicatie bij uitvoering van een handeling conform richtlijnen van de beroepsgroep: fout gegaan) of een onnatuurlijke dood (medisch handelen in strijd met de richtlijnen: fout gedaan).

Het verkrijgen van uitdrukkelijke toestemming voor het vaccin door de persoon/patiënt is hier van bijzonder belang, omdat de toelating van het vaccin voorlopig is. Heeft iedereen die wordt gevaccineerd daar toestemming voor gegeven in het volle bewustzijn van de zinnigheid, effectiviteit en veiligheid van het vaccin?
Het is de vraag of de algemene voorlichting door de overheid en door het RIVM daar voldoende voor is geweest. Als dat niet het geval is en de verantwoordelijke arts kan niet aantonen dat de patiënt expliciet heeft ingestemd, kan daar civiele aansprakelijkheid voor het overlijden uit voortvloeien.

Het komt voor dat een arts behandeling weigert of opname in een verpleeghuis verhindert wanneer een patiënt zich niet laat inenten. Als deze vervolgens overlijdt, bestaat vrijwel zeker aansprakelijkheid.
Een huisarts dient zijn patiënten bij wie een contra-indicatie bestaat expliciet en proactief te adviseren om vooral niet gevaccineerd te worden.

Registratie van overlijden
Overlijdens worden tijdens een pandemie op vier manieren geregistreerd:

    1. Als iemand aan een zogenaamde A-ziekte (wettelijke maatregelen mogelijk) overlijdt, dient de behandelend arts dit te melden bij de Gemeentelijke en Gezondheidsdienst (GGD) wetten.nl – Regeling – Wet publieke gezondheid – BWBR0024705 (overheid.nl).
    2. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreert de oversterfte in Nederland. De oversterfte wordt nu vrijwel geheel toegeschreven aan COVID-19. Daaruit blijkt minder oversterfte tijdens de tweede golf, maar is na negen weken nog steeds hoog (cbs.nl).
    3. De behandelend arts vult naast de overlijdensverklaring een doodsoorzakenformulier in. Zie hiervoor adviezen CBS gebruik van Covid-19 op doodsoorzaakverklaring (B-formulier).
      Bij overlijden na vaccinatie dient de behandelend arts altijd overleg met een forensisch arts te hebben (dit volgens standpunt Forensisch Medisch Genootschap d.d. 16-04-2021). Als de vaccinatie ‘lege artis’, dus volgens de gebruikelijke medische zorgvuldigheid is uitgevoerd, is er sprake van een natuurlijke dood.
    4. Behalve het overlijden, is het aantal verloren (gezonde) levensjaren een nuttige maat. Daarmee wordt leeftijd omzeild, belangrijk en relevant, omdat voornamelijk ouderen aan COVID-19 overlijden. Mensen met een lage sociaaleconomische status overlijden zeven jaar eerder en hebben vijftien jaar minder jaren zonder beperkingen.

Registratie van bijwerkingen
Bij een vermoeden van een ernstige bijwerking, dus zeker een overlijden, móeten de beroepsbeoefenaren een melding doen bij het Bijwerkingencentrum Lareb (Geneesmiddelenwet art 78 lid3) wetten.nl – Regeling – Geneesmiddelenwet – BWBR0021505 (overheid.nl).
Omdat de plicht tot melden bestaat, zouden we ervan uit moeten kunnen gaan dat alle overlijdens na vaccinatie worden gemeld. Er zijn echter talrijke gevallen bekend waarin overlijden aan een onderliggende ziekte zo waarschijnlijk wordt geacht dat er geen melding heeft plaatsgevonden. In die gevallen is dan geen obductie gedaan.

Er is geen actieve registratie van bijwerkingen. Deze actieve registratie zou kunnen plaatsvinden door bijvoorbeeld alle gevaccineerden na één, twee en/of zes weken te benaderen. Het Lareb gaat daarom uit van een onderregistratie van bijwerkingen. De beroepsbeoefenaar, de patiënt (of nabestaanden) moeten zelf het initiatief tot melden van een bijwerking nemen.

Alleen in geval van een calamiteit (overlijden, levensbedreigende situatie, ziekenhuisopname, blijvende invaliditeit, een aangeboren afwijking) geldt er een wettelijke verplichting tot melden voor de zorgverlener, maar er zijn twijfels of alle hulpverleners wel op de hoogte zijn van deze verplichting. Bovendien is het de vraag of ze een ziektebeeld, dan wel overlijden, herkennen als mogelijk veroorzaakt door de vaccinatie.
Voor overlijden na vaccinatie betekent dit dat een zorgverlener zelf moet inschatten of er vermoedelijk een oorzakelijke relatie bestaat tussen de vaccinatie en het overlijden. Melden is niet verplicht als er overduidelijk sprake is van een andere oorzaak dan vaccinatie. Is de relatie nog heel onduidelijk, dan kan het laagdrempelig gemeld worden. Het Lareb beoordeelt bij ieder gemeld overlijden zorgvuldig hoe sterk de mogelijke relatie tussen het overlijden en de vaccinatie is.

Obductie
In Nederland wordt in 5% van de overlijdens een obductie uitgevoerd. Binnen Europa is dit – op twee Oost-Europese landen na – het laagste percentage.
Voor obductie bij een natuurlijke doodsoorzaak, is toestemming van de nabestaande nodig. De nabestaande moet de mogelijkheid tot obductie echter wel kennen. Behalve de behandelend arts, kan ook de uitvaartondernemer een rol spelen door de mogelijkheid van obductie te bespreken, de procedure te verduidelijken en te motiveren (namelijk een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de zorg en specifiek de veiligheid van het vaccin).
Daarbij komt dat de financiering van de obductie niet altijd goed geregeld is. Als de nabestaanden niet willen betalen (een overledene is geen rechtspersoon en kan zich dus niet verzekeren), komt de rekening bij het ziekenhuis terecht dat obducties niet altijd waardeert als een belangrijk kwaliteitsinstrument.

Als er enige onzekerheid bestaat over de oorzaak van overlijden, zou altijd een obductie moeten plaatsvinden. Bij verdenking op COVID-19 én indien overlijden binnen acht weken na de laatste vaccinatie heeft plaatsgevonden, zou het standaard moeten gebeuren.

Conclusies en aanbevelingen
De registratie van bijwerkingen en doodsoorzaken is onvoldoende, willekeurig, niet-wetenschappelijk en te vaag.
Het vertrouwen in een vaccinatiecampagne wordt geschaad door bijwerkingen niet goed te registreren. Goed registreren van bijwerkingen en calamiteiten na vaccinatie, met een vaccin dat een voorwaardelijke goedkeuring heeft, zou op termijn onnodig chronische ziekte en/of overlijden moeten voorkomen. Het aantal obducties is echter te gering om alle overlijdens door vaccinatie of door/met COVID-19 vast te kunnen stellen.

Het is belangrijk om:

  • personen/patiënten alleen te vaccineren na ‘informed consent’ over zinnigheid, effectiviteit en veiligheid van het vaccin door de (huis)arts en na goedkeuring van de persoon/patiënt;
  • alle gevaccineerden na één, twee en/of zes weken te benaderen om bijwerkingen inzichtelijk te krijgen;
  • alle overlijdens na vaccinatie te melden bij het Lareb;
  • de meldverplichting in geval van een calamiteit en mogelijkheid tot laagdrempelig melden onder de aandacht te brengen bij zorgverleners;
  • artsen goed voor te lichten over hoe het doodsoorzakenformulier moet worden ingevuld;
  • bij overlijden binnen zes weken na vaccinatie een arts altijd met een forensisch arts te overleggen;
  • nabestaanden via de arts en/of uitvaartondernemer te informeren over mogelijkheid tot obductie;
  • bij enige onzekerheid over de oorzaak van overlijden altijd een obductie te doen, zeker bij verdenking op COVID-19 én wanneer overlijden binnen acht weken na de laatste vaccinatie heeft plaatsgevonden;
  • ziekenhuizen financiële ruimte te laten reserveren om obducties uit te kunnen voeren.

 

Bronnen en literatuur

Spread the love

Steun ons, word vriend!
Samen staan we sterker. Van angst terug naar vertrouwen!