DutchEnglishFrenchGermanItalianPortugueseSpanishTurkishArabic
  • ondersteund door 42.788 vrienden
  • waarvan 2.704 geverifieerde medici

jun 1, 2022

Infection Fatality Rate

jun 1, 2022

Het benadrukken van een algemene Infection Fatality Rate (IFR) is niet erg zinvol om het risico aan te geven dat iemand loopt om te overlijden aan het SARS-CoV-2 virus. Hier hebben Binkhorst et al. een punt. Het is van belang om de differentiatie hierbij onder de aandacht te brengen.

Niet alleen de leeftijd en eventueel onderliggende aandoeningen zijn van grote invloed op de IFR, maar bijvoorbeeld ook de proportie ouderen onder de besmette personen. Deze factoren verklaren deels, waarom verschillende onderzoekers tot verschillende IFR’s komen. Inzoomend op de Nederlandse situatie is het ook van belang om onderscheid te maken tussen de periodes waarin al dan niet gevaccineerd werd.

Terug naar eind februari 2021

Om de IFR van de periode zonder vaccinaties in te schatten, gaan we terug naar de situatie van eind februari 2021. Volgens schattingen van het RIVM waren er op dat moment ongeveer 3 miljoen mensen in Nederland geïnfecteerd (geweest).[1] Het aantal gerapporteerde sterfgevallen lag op dat moment rond de 15.400.[2] Als je die twee getallen op elkaar deelt, dan leidt dat tot een IFR van ongeveer 0,5%. Dat is de globale IFR op dat moment; het getal zegt weinig tot niets over een specifieke leeftijdscategorie. Het zegt ook niets over de vraag in hoeverre iemands specifieke conditie van invloed is op de kans om aan Covid-19 te overlijden.[3]

Meer dan 94% van de Covid-19 sterfgevallen betreft mensen met andere, onderliggende aandoeningen.[4] Denk aan mensen met risicofactoren als diabetes, fors overgewicht, chronische hart- of longaandoeningen of een slecht afweersysteem door ziekte of medicatiegebruik. En zoals gezegd speelt leeftijd ook een doorslaggevende rol. Van de Nederlanders die aan Covid-19 overleden, was 93% ouder dan 70 jaar. Op het totaal van 15.400 sterfgevallen (nog steeds eind februari 2021) gaat het dan over ongeveer 14.300 mensen. Dat betekent dat tot eind februari 2021 ongeveer 1.000 mensen onder de 70 jaar overleden aan het virus.[5]

Noodzaak van leeftijdsspecifieke IFR’s

Laten we nu even ruwweg kijken wat dit betekent. Nederland heeft zo’n 17,4 inwoners. Daarvan zijn 2,4 miljoen mensen boven de 70 jaar. Ongeveer 15 miljoen mensen zijn jonger dan 70, dat is dus bijna 87% van de Nederlandse bevolking.[6] Laten we aannemen dat bij de eerder geschatte 3 miljoen besmettingen geen onderscheid werd gemaakt tussen leeftijden.[7] Dan zijn 2,6 miljoen mensen onder de 70 jaar besmet (geweest). Hiervan zijn er ongeveer 1.000 overleden. Dat betekent voor mensen onder de 70 jaar dat, mochten zij ziek worden, er een mortaliteit is van 1 op 2.600, ofwel 0,04 %. Voor mensen onder de 40 jaar leidt eenzelfde berekening tot een kans van ongeveer 0,001%. Dat is dus één op de honderdduizend.

Dit zijn de reële waarden van de IFR in Nederland per leeftijdscategorie, in de genoemde periode. De orde van grootte van deze cijfers werd bevestigd door het onderzoek van epidemioloog John Ioannidis.[8] Dat de exacte getallen van Ioannidis net anders uitvallen is niet verwonderlijk aangezien het om onderzoek in een andere context gaat.

In Oxford is de calculator QCOVID ontwikkeld, die het risico van het coronavirus bepaalt aan de hand van individuele kenmerken.[9] Die berekeningen zijn gebaseerd op de situatie in Engeland en leveren vergelijkbare getallen op als de Nederlandse cijfers hierboven.

Het is exact vanwege de genoemde differentiatie dat wij pleiten voor een meer risico gestuurd beleid, gericht op het adequaat inzetten van schaarse bronnen om vatbare groepen te beschermen.

Bovenstaande argumenten benadrukken de noodzaak om de leeftijdsspecifieke IFR’s op de juiste manier te blijven monitoren. Het ACC roept op om de resultaten per periode (bijv. per kwartaal of per half jaar) publiek te maken.

Tijdsperiode en correcte rapportage

We merken tenslotte nog het volgende op:

  • Tijdens de piekmaanden van de uitbraak (januari tot en met mei 2020) werd het mensen wereldwijd verboden om te testen buiten het ziekenhuis om. Kijkend naar de opname- en overlijdenspieken in die periode, is er een onderschatting van de hoeveelheid personen die toen in contact kwamen met het virus. Dit heeft waarschijnlijk tot een overschatting van de IFR geleid, maar vooral in die periode. Vandaar onze oproep om “tijdsperiode” als belangrijk differentiatiepunt toe te voegen.
  • Voor een juiste berekening van de IFR blijft een correcte rapportage belangrijk. Wordt er bij de melding van de Covid-19-doden onderscheid gemaakt of ze overlijden mét of áan COVID-19? Mensen in verpleeghuizen die overleden aan een griepbeeld werden niet standaard getest maar wel als “Covid-doden” opgegeven. Ook zegt de “positieve” rt-qPCR zonder vermelding van de CT-waarde niet of de persoon op dat moment een actieve SARS-CoV-2-infectie had of daarmee in de afgelopen weken in contact was geweest. Zo ontstaat mogelijk ook een overschatting.

 

Bovenstaande analyse werd in eerste instantie geschreven (d.d. 28-11-2021) als reactie op Binkhorst et al. (2021).
Reactie op punt 31 en 24 in: www.zorgvisie.nl/content/uploads/sites/2/2021/08/Overzicht-berichtgeving-ACC.pdf
Onze volledige reactie op het artikel van Binkhorst et al vind je hier: “Optimaliseer het beleid: voer met elkaar een open, respectvol gesprek over de inhoud” – Reactie op Zorgvisie

[1]  Deze schatting gaat uiteraard met enige onzekerheid gepaard.
[2]  https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5212577/miljoen-coronagevallen-maar-hoeveel-mensen-hebben-het-virus-gehad 
[3]  We merken op dat deze manier van rekenen immuun is voor de zogenaamde preventieparadox. Ze kijkt slechts naar de verhouding besmet versus overlijden, en deze hangt niet af van eventuele maatregelen.
[4]  Zie bijvoorbeeld https://www.ahajournals.org/doi/full/10.1161/JAHA.120.019259
[5]  Bron: RIVM en allecijfers.nl
[6]  Bron: opendata.cbs.nl
[7]  Dit is echt een aanname. Enerzijds zijn mensen onder de 70 sociaal actiever en daardoor vatbaarder voor besmettingen. Anderzijds komen juist ouderen ook zelf wellicht meer ouderen tegen, hetgeen meer besmettingen in die leeftijdscategorie kunnen opleveren. Het gaat ons in deze bijdrage echter vooral om de orde van grootte van de cijfers.
[8] Zie bijvoorbeeld https://www.youtube.com/watch?v=e4grP1718Ps voor een globaal beeld van zijn conclusies.
[9]  https://www.qcovid.org/Home/AcademicLicence?licencedUrl=%2FCalculation

Spread the love

Steun ons, word vriend!
Samen staan we sterker. Van angst terug naar vertrouwen!

Disclaimer: Het Artsen Collectief is niet verantwoordelijk voor de inhoud op de genoemde pagina’s van externen waar naar verwezen wordt. Het delen van een pagina betekent niet dat het Artsen Collectief alle opvattingen deelt. Het Artsen Collectief ondersteunt het inwinnen en delen van (medische) informatie zonder censuur om een open gesprek / wetenschappelijke discussie te stimuleren.