DutchEnglishFrenchGermanItalianPortugueseSpanishTurkishArabic
  • ondersteund door 42.928 vrienden
  • waarvan 2.713 geverifieerde medisch professionals

jan 16, 2023

Eerste tranche wetswijzigingen Wpg: duivels dilemma van de arts

jan 16, 2023

Dinsdag 17 januari wordt de eerste tranche wetswijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) behandeld in de Eerste Kamer. Kerntaak van de Eerste Kamer als medewetgever is de kwaliteit van de wetgeving toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en het controleren van de regering .
Het Artsen Collectief is van mening dat deze wetswijziging niet zorgvuldig is voorbereid. Het is aan de Eerste Kamer dit voorstel voor wetswijziging serieus te behandelen en daarbij zorgvuldigheid te laten prevaleren boven politieke druk. Er is op dit moment geen urgente situatie, dus er is geen sprake van tijdsdruk. Er is genoeg tijd om eerst te evalueren hoe de diverse coronamaatregelen hebben uitgepakt, alvorens deze in een wet vast te leggen voor volgende pandemieën.

In dit stuk is te lezen hoe het Artsen Collectief de voorgestelde wetswijziging ziet. Een brief waarin we onze medische bezwaren uiten stuurden wij als Collectief ook aan alle leden van de Eerste Kamer. 

Eerste tranche wetswijzigingen Wpg: duivels dilemma van de arts

Aanstaande dinsdag 17 januari wordt het wetsvoorstel “Eerste tranche wetswijzigingen” behandeld door de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel stelt artsen voor de nodige dilemma’s en er zijn ernstige bezwaren tegen aan te voeren.

Doel van de wetswijzigingen

Het wettelijk vastleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen zodat deze kunnen worden ingesteld wanneer een infectieziekte met pandemisch potentieel de A1-status verkrijgt.

Inhoud wetswijzigingen in vogelvlucht

Het incorporeren van de maatregelen die de afgelopen drie jaar zijn uitgevaardigd in verschillende noodwetten in de bestaande Wet Publieke Gezondheid (Wpg) door middel van deze “Eerste tranche wetswijzigingen” zoals:

  • Verplichte afstand (door de minister te bepalen)
  • Verplichte beschermingsmiddelen
  • Beperkingen in aantal personen en voorwaarden voor toegang tot:
    • Publieke plaatsen
    • OV
    • Evenementen
  • Testverplichtingen in het kader van bron- en contactonderzoek
  • Quarantaineverplichtingen in het kader van contactisolatie.
  • Daarnaast ook allerlei maatregelen zoals bezoekvoorwaarden aan zorglocaties! (artikel 58n)

Deze maatregelen vallen allemaal onder artikel 58 f t/m u.

Er wordt een aparte categorie A1-ziekten gecreëerd voor besmettelijke infectieziekten met pandemisch potentieel. Zodra er sprake is van een A1-ziekte kan de Wpg in werking treden en kan de minister alle genoemde maatregelen doorvoeren. Het handhaven van deze wet wordt geregeld op gemeentelijk en regionaal niveau.

Medische bezwaren
  1. Het toekennen van de A1-status aan een infectieziekte kan vanaf nu een louter politiek besluit worden in plaats van op basis van een brede consensus onder terzake kundige experts. Zo is in Artikel 1 toegevoegd dat krachtens de procedure van artikel 20 een groep “A1” wordt gecreëerd.

Wat zegt die procedure dan?

Artikel 20 lid 1: “bij regeling van Onze Minister kan een infectieziekte, niet behorend tot groep A, B1, B2 of C, dan wel een ziektebeeld met een volgens de stand van de wetenschap onbekende oorzaak, waarbij een gegrond vermoeden bestaat van besmettelijkheid en ernstig gevaar voor de volksgezondheid, worden aangemerkt als behorend tot groep A1.

“Gegronde vermoedens” lijkt nogal op “perceptie”. De gronden voor deze vermoedens kunnen daadwerkelijk aanwezig zijn (alleen staat nergens omschreven welke gronden dan), maar de vermoedens zijn per definitie interpretatie. “Perceptie” is de waarneming die altijd gekleurd zal zijn door de overtuigingen van de waarnemer.

Dit betekent dat wij hierbij volledig afhankelijk zijn van het oordeelsvermogen en de intenties van onze minister. Te meer daar artikel 58d een noodbevoegdheid toekent aan de wet, waardoor er bij het uitroepen van een A1-status en het laten gelden van collectieve maatregelen geen instemming meer nodig is van het parlement.

Deze vorm kan leiden tot ‘eenmansacties’, reden waarom we ervan uit gaan dat de minister zich hierbij zal laten voorlichten door “expert- en adviesgroepen” zoals het OMT, wat ons tot de volgende bezwaren brengt:

  1. Juist de afgelopen drie jaar kenmerken zich door een eenzijdige benadering, waarbij de signalen en onderzoeken van internationale experts met een andere mening dan die van de WHO of lokale overheid, genegeerd en zeer actief gecensureerd werden. Waarbij te meer uit de verschillende WOB documenten blijkt dat de meningen die hoorbaar waren in de politieke en publieke arena daar specifiek voor geselecteerd werden. Helaas heeft de noodzakelijke dialoog tussen de verschillende expertgroepen tot op heden niet plaatsgevonden en werd de publieke én politieke mening sterk door dit eenzijdige verhaal beïnvloed.
  2. Het grootste bezwaar, al eerder genoemd en ook beschreven in de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid is dat er geen grootschalige, wetenschappelijke en officiële evaluatie heeft plaatsgevonden van de afzonderlijke coronamaatregelen en het maatregelenpakket, zoals tot op heden toegepast onder de tijdelijke noodwet. Ook een recent rapport van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, Reflecties op de Coronacrisis, stelt dat er meer gekeken dient te worden naar de effecten van de maatregelen met als doel hiervan te leren. Dat het kennelijk mogelijk wordt dit soort ingrijpende maar niet-geëvalueerde maatregelen bij wet mogelijk te gaan maken is dan ook ongekend en voedt de twijfel over de zorgvuldigheid waarmee deze wet is opgesteld.
  3. Een vierde medisch-inhoudelijk bezwaar raakt het medisch beroepsgeheim. Artikelen 58v en 58w regelen bij wet hoe gegevens verwerkt en gemonitord worden voor de naleving en handhaving van de maatregelen, en dan met name de quarantainemaatregel. Nu hebben artsen altijd al een meldingsplicht bij patiënten met infectieziekten met een A-status. Maar volgens deze artikelen, met name 58v lid 3, dient het als volgt te worden geregeld: “Onze Minister, de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio en de toezichthouders zijn bevoegd tot het verwerken en onderling uitwisselen van een melding (…) voor zover dit noodzakelijk is voor het toezicht op en de handhaving van de naleving van (art 58r) quarantaine”.

Dit betekent dat artsen worden verplicht het medisch beroepsgeheim te doorbreken om mensen aan te geven aan handhavende instanties wanneer zij zich niet aan de quarantaineplicht houden. Bij een ernstige infectieziekte hoeft dit niet perse bezwaarlijk te zijn, maar ook hier bestaat het risico van een glijdende schaal.

Daarnaast zijn er nog allerlei juridisch-inhoudelijke bezwaren die te maken hebben met botsing met grondwettelijke rechten en internationale en Europese mensenrechtenverdragen. Enkele juristen hebben hier hun zorg al over uitgesproken – waarbij zelfs de term “constitutionele staatsgreep” is gevallen.

De verdere juridisch-inhoudelijke aspecten van deze wet laten wij graag bij de juristen, maar als artsen willen wij graag het laatste en zeer belangrijke medische bezwaar benadrukken:

  1. Artikel 58n regelt het bezoek in zorglocaties, en stelt hieraan voorwaarden en beperkingen.
    Zoals we hebben gezien aan het begin van 2020 komt het niet krijgen van bezoek de individuele patiëntenzorg niet ten goede. Juist bij mensen die verblijven in instellingen is bezoek zelfs van levensbelang.

Artsen hebben een eed afgelegd omwille van de individuele patiëntenzorg. In het belang van de persoon die voor hen staat als arts beloofden zij letterlijk het volgende:

“Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal aan de patiënt geen schade doen.
Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.”

Deze wet maakt dat de arts in conflict komt met deze eed, aangezien hij of zij de belofte om “het belang van de individuele patiënt voorop te stellen en deze patiënt niet te schaden” niet kan garanderen wanneer collectieve maatregelen wettelijk uitgevaardigd worden.

Overigens geldt dit ook voor invasieve testen die de arts in het kader van deze wet zou moeten verrichten, om nog maar te zwijgen over vaccineren als medische handeling.

Het duivelse dilemma voor de arts wordt dan: blijf ik trouw aan mijn eed, of houd ik mij aan de wet? Het is onethisch om door het instemmen met deze wetswijziging artsen in een dergelijk moreel dilemma te brengen. We doen daarom een dringend beroep op de Eerste Kamerleden hier niét in mee te gaan.

Bronnen:

We schreven eerder over de Wpg:

 

 

Spread the love

Steun ons, word vriend!
Samen staan we sterker. Van angst terug naar vertrouwen!

Disclaimer: Het Artsen Collectief is niet verantwoordelijk voor de inhoud op de genoemde pagina’s van externen waar naar verwezen wordt. Het delen van een pagina betekent niet dat het Artsen Collectief alle opvattingen deelt. Het Artsen Collectief ondersteunt het inwinnen en delen van (medische) informatie zonder censuur om een open gesprek / wetenschappelijke discussie te stimuleren.