DutchEnglishFrenchGermanItalianPortugueseSpanishTurkishArabic
  • ondersteund door 42.928 vrienden
  • waarvan 2.713 geverifieerde medisch professionals

nov 9, 2022

Rondetafelgesprek over de eerste aanpassing van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg)

nov 9, 2022

Wat mag onze overheid ten tijde van een ‘acute en ernstige noodsituatie’ opleggen aan burgers? Een rondetafelgesprek met politici en deskundigen op het gebied van bestuurs- en mensenrecht over een eventuele wetswijziging van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) laat de balans eerder uitslaan naar ‘slagkracht’ van de overheid dan naar ‘democratische legitimatie’.

Het Artsencollectief spreekt opnieuw haar zorg uit over het wetsvoorstel Wpg, op grond van haar ervaringen met de onterechte classificatie van Covid-19  als een  A-infectieziekte om een pandemie uit te roepen, de onbekende impact op de volksgezondheid  van de reeds genomen overheidsmaatregelen en het gebrek aan een transparante evaluatie ervan.

Noodwet bij acute en ernstige noodsituaties

De minister van Volksgezondheid diende op 14 september 2022 een wetswijziging van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) in. Die zou als noodwet in werking treden, wanneer er sprake is van een pandemie met een ‘acute en ernstige noodsituatie‘, wanneer het maatschappelijk leven ernstig wordt ontwricht en vrijheidsbeperkende maatregelen noodzakelijk kunnen zijn.

Het Artsencollectief heeft zich al eerder bezorgd getoond over deze aanpassing van de Wpg: https://artsencollectief.nl/wet-publieke-gezondheid-geen-gehoor-bij-artsenverenigingen/

Aanpassing van de Wpg heeft drie doelen:

  1. Scheppen van een wettelijk kader voor het bestrijden van een epidemie van een A1- infectieziekte.
  2. Zorgen voor een passende parlementaire betrokkenheid.
  3. Het zo min mogelijk beperken van de uitoefening van grondrechten in het geval verplichtende collectieve maatregelen moeten worden getroffen.

Er kwam een advies van de Raad van State over deze wetswijziging, waarin onder andere werd aangekaart dat de bevoegdheid om bijvoorbeeld scholen te sluiten ontbrak, evenals het onder bepaalde omstandigheden inzetten van test- en/of vaccinatiebewijzen. Ook over de manier waarop het parlement betrokken zal zijn, moest volgens de Raad nog verder worden nagedacht.

Rondetafelgesprek van 31 oktober

Op 31 oktober was er het politiek rondetafelgesprek over de wetswijziging Wpg, met als doel vanuit verschillende perspectieven input halen over de verwachte impact. Er zou gesproken moeten worden over een balans tussen ‘democratische legitimatie’ en de in noodsituaties ‘noodzakelijke slagkracht’. Hiertoe was een aantal deskundigen uitgenodigd met vooral deskundigheid op het gebied van bestuursrecht en mensenrechten. De insteek was dat er zou worden gekeken naar grondrechten, proportionaliteit en noodzakelijkheid.

Hoogleraar Paul van Bovend’Eert uit Nijmegen maakt zich als deskundige op het gebied van staatsrecht vooral zorgen over het feit dat de Tweede en Eerste Kamer ook moeten worden geraadpleegd en dat daar door de regering rekening mee moet worden gehouden. Over ‘democratische legitimatie’ had hij het niet, hij leek vooral bezorgd over de slagkracht. Hij zou het liefst het vetorecht van de Tweede Kamer zien verdwijnen. Hij onderbouwde dit onder andere  met de stelling dat de afgelopen coronaperiode de maatregelen regelmatig waren getoetst door de rechter. Dit leek hem voldoende, beter dan dat de politiek meebeslist.

Als tweede deskundige kwam Janneke Gerards aan het woord, hoogleraar Fundamenteel Recht in Utrecht. Zij meent dat grondrechten in deze wet niet duidelijk genoeg omschreven zijn. Is het bijvoorbeeld een grondrecht om dichter bij elkaar te zijn dan 1,5 meter? Is het een grondrecht om geen mondkapje te hoeven dragen? Ook ontbreekt in haar ogen de afweging  in de wet hoe de grondrechten worden geschonden, wat de impact daarvan is en of de mogelijke positieve effecten voor de volksgezondheid hier tegenop wegen. Hoe deze afweging zal worden gemaakt, ontbreekt in deze wet.

Brigit Toebes, hoogleraar Gezondheidsrecht in Groningen meende, dat de aanpassing van de Wpg niet op gespannen voet staat met de grondrechten van de mens, zij ziet deze meer als een uitwerking van het internationale grondrecht, namelijk het recht op gezondheid. Zij vindt het terecht  dat de wet zich baseert op de grondwettelijke plicht van de overheid om de volksgezondheid te bevorderen.

Tenslotte kwam Jan-Peter Loof, ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, aan het woord. Hij stelt dat deze wetswijziging niet in conflict is met de rechten van de mens. In zijn ogen is de wetgever juist verplicht op grond van de rechten van de mens om zo’n wet te maken, vanwege het recht op bescherming van de gezondheid van mensen.

De balans in dit rondetafelgesprek gaat duidelijk meer in de richting van de ‘noodzakelijke slagkracht‘ van de regering. Op een vraag van Pepijn van Houwelingen (FvD) over de relevantie van de grondrechten voor deze wet werd opgemerkt, dat er sprake lijkt van een inflatie daarvan. Een punt van kritiek was ook dat de grondrechten niet duidelijk omschreven staan.

Intussen heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een reconstructie gemaakt van alle coronamaatregelen die tussen september 2020 en juli 2021 door het kabinet zijn doorgevoerd. Over de mondkapjes merkt de OVV op, dat er bij de wetenschap twijfels zijn, maar dat de verplichting om ze te gebruiken toch is doorgevoerd door de politiek. De Raad eindigt met een aantal duidelijke adviezen aan het kabinet en de minister, onder andere om te “zorgen dat de maatregelen die genomen zijn tijdens de coronacrisis zo snel mogelijk afzonderlijk worden geëvalueerd op de beoogde en niet-beoogde effecten ervan.” Ook zou de manier waarop het kabinet zich laat adviseren goed moeten worden geëvalueerd en de verhouding tussen wetenschap en politiek tegen het licht moeten worden gehouden. Dit rapport van de OVV is tijdens het rondetafelgesprek niet aan de orde geweest.

Deze rondetafelbijeenkomst roept bij het Artsen Collectief een aantal vragen op:

  • Als Covid-19 nu nog steeds als A-ziekte te boek staat (met een nauwelijks meetbare IFR), hoe gaat dit dan straks met de classificatie A1-ziekte? Het parlement moet ermee instemmen, maar wat stelt dit dan voor?
  • Er is nog geen grondige evaluatie geweest van de maatregelen tijdens de Covid-19 periode. Toch worden deze vrijwel allemaal opgenomen in dit voorstel tot wetswijziging. De Raad van State adviseert zelfs om de paar maatregelen die er niet in stonden er ook in op te nemen. Maar als nu blijkt dat deze maatregelen niet effectief waren? Of als de nadelige effecten van de maatregelen veel groter waren dan wat het aan gezondheidswinst opleverde?
  • Niet duidelijk is hoe de politiek aan de noodzakelijke onderbouwing komt voor haar maatregelen. Tijdens de Covid-19 periode bleken de modellen van het RIVM –het kan niet voorzichtig gezegd- uiterst onbetrouwbaar, terwijl deze toch de basis van het beleid vormden. Hoe gaat de politiek zichzelf in de toekomst informeren als er zulke belangrijke besluiten moeten worden genomen?
  • Toebes werpt een fundamentele vraag op: is het recht op gezondheid een basaal mensenrecht? Als de mens niet gezond is, bij wie kan er dan een klacht worden ingediend?
  • Tenslotte: van Bovend’Eert vindt het voldoende als de rechter de overheidsmaatregelen bij een pandemie toetst. Als dit de basis van een wet is, dan is deze wel heel wankel. Beter ware het wanneer de criteria in een wet dusdanig duidelijk zijn dat een gang naar de rechter niet nodig is. Daar is bij dit voorstel voor wijziging van de Wpg nog geen sprake van.

In vervolg op het rondetafelgesprek wordt er een plenair debat in de Tweede Kamer gepland. De datum daarvan is nog niet bekend.

Het Artsen Collectief is van mening dat zolang er geen grondige evaluatie is geweest van de maatregelen tijdens de Covid-19 crisis, we beter pas op de plaats maken met deze wetswijziging en eerst lering moeten trekken uit wat er goed ging en wat er niet goed ging in deze periode. Ondanks het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid om de maatregelen eerst zo snel mogelijk te evalueren en hier lering uit te trekken, worden de maatregelen nu deels al in de Wpg vastgelegd, als het aan dit kabinet ligt.

Zonder eenduidig wetenschappelijk bewijs voor het positieve effect van de ingezette maatregelen op de volksgezondheid zouden deze wetswijzigingen níet doorgevoerd mogen worden. 

Bronnen:

Meer over de aanpassingen in de Wpg:

 

Spread the love

Steun ons, word vriend!
Samen staan we sterker. Van angst terug naar vertrouwen!

Disclaimer: Het Artsen Collectief is niet verantwoordelijk voor de inhoud op de genoemde pagina’s van externen waar naar verwezen wordt. Het delen van een pagina betekent niet dat het Artsen Collectief alle opvattingen deelt. Het Artsen Collectief ondersteunt het inwinnen en delen van (medische) informatie zonder censuur om een open gesprek / wetenschappelijke discussie te stimuleren.